
Koeck studeerde aan de Rijksnormaalschool te Lier en het Instituut voor Journalistiek te Brussel, waarna hij in Antwerpen enige tijd in het onderwijs werkte. Intussen gaf hij de romans 'Litte' (1964), 'Chinchilla’s kweken' (1967), 'Het plantenoffensief' (1969) en 'De emigrant' (1970) uit. Vanaf 1971 besloot hij dat hij van het schrijven wilde leven en schreef tijdens de zeventiger jaren bijna jaarlijks een roman of verhalenbundel. Zijn reiservaringen door Spanje bracht hij uiteindelijk tot leven in 'Na de siësta', gepubliceerd in 2001, waarin vooral 'Paradores' een hoogdrol spelen. Dit zijn luxe staatshotels in Spanje, vaak in monumenten en op de mooiste plekken in het land ondergebracht.
Behalve romans en verhalen schreef Koeck ook vele toneelstukken en musicals, die in vele talen -o.a. het Catalaans- zijn vertaald. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor scenario's van televisie- en speelfilms, die in dertig landen werden uitgezonden, o.a. in Spanje. Hij won o.a. de Louis Paul Boon prijs in 1975.